Advies advocaat aan bestuursorgaan niet openbaar

Een advies van een advocaat aan een bestuursorgaan hoeft niet openbaar in de zin van de Wob te worden gemaakt. Dit volgt uit de uitspraak van 14 mei 2014 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). In de voorliggende zaak betrof het een advies van een advocaat aan de gemeente Groningen over de beëindiging van raamprostitutie in het A-kwartier. De gemeente had advies gevraagd over het juridische risico dat het college van burgemeester en wethouders liep om gehouden te zijn tot vergoeding van mogelijke schade aan eigenaren en exploitanten van panden bestemd voor raamprostitutie.

Voor de lezer die minder in de Wob-materie zit even wat achtergrondinformatie. Het uitgangspunt van de Wob is dat de informatie over bestuurlijke aangelegenheden openbaar is. Uit eigen beweging hoort de overheid dan ook informatie over het beleid te verschaffen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering. Als dat niet is gebeurd, wordt deze informatie op verzoek openbaar gemaakt. Behalve als, en voor zover, zich een uitzonderingsgrond voordoet. In het geval van een verzoek om informatie uit documenten – opgesteld ten behoeve van intern beraad – wordt er bijvoorbeeld geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 1, aanhef en onder f, van de Wob).

De Afdeling overweegt in deze zaak dat een advies van een advocaat over mogelijke procedures en de daarin in te nemen standpunten en te volgen tactieken naar zijn aard bestemd is voor intern beraad. Het advies moet in dit geval in zijn geheel worden aangemerkt als een uitwisseling van informatie tussen een advocaat en een bestuursorgaan om dat bestuursorgaan in staat te stellen een standpunt in te nemen betreffende een bestuurlijke aangelegenheid. Het advies bevat namelijk opvattingen, voorstellen, aanbevelingen en conclusies over het juridische risico van het college. Voor zover in het advies objectieve gegevens zijn opgenomen, is de Afdeling van oordeel dat deze dermate nauw met de persoonlijke beleidsopvattingen zijn verweven dat het niet mogelijk is deze van elkaar te scheiden. Daarmee valt het dus volgens de Afdeling onder het bereik van artikel 1, aanhef en onder f, van de Wob (de Afdeling haalt deze bepaling overigens abusievelijk aan als artikel 1, eerste lid, van de Wob in het wettelijk kader). Dit betekent dat het advies niet openbaar hoeft te worden gemaakt en dat het college dit daarom terecht heeft geweigerd.

Hiermee wordt het bereik van de genoemde bepaling in feite opgeschaald. Immers, informatie ten behoeve van intern beraad moet in principe openbaar worden gemaakt voor zover dit geen persoonlijke beleidsopvattingen betreft. Bij nauwe verwevenheid met persoonlijke beleidsopvattingen vallen de “objectieve gegevens” dus blijkbaar óók onder de uitzonderingsgrond en blijven deze voor de burger daardoor geheim.

 

W.A.

Gepubliceerd op 27 juni 2014.