Verzoek om informatie in het kader van de procedure ter verkrijging van een machtiging tot voorlopig verblijf is geen Wob-verzoek

Op 9 april 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS: één van de hoogste rechters in het bestuursrecht) een uitspraak gedaan over de toezending van een kopie van een dossier over een machtiging tot voorlopig verblijf.

De twee rechtzoekenden uit Den Haag hadden de minister van Buitenlandse Zaken verzocht om toezending van een kopie van hun dossier dat was aangemaakt voor hun aanvraag om  een machtiging tot voorlopig verblijf. Dit betrof met name het aanvraagformulier. Bij dit verzoek deden de twee “zo nodig” een beroep op de Wob.

Volgens de ABRvS wilden de rechtzoekenden vaststellen welke naam als referent op het aanvraagformulier stond vermeld. De verzoeken moeten daarom worden geacht te zijn gedaan in het kader van de procedure ter verkrijging van een machtiging tot voorlopig verblijf. Verder bestaan geen aanknopingspunten om deze verzoeken aan te merken als gedaan op grond van de Wob, omdat de verzoeken niet de strekking hebben om de documenten voor een ieder openbaar te maken. Bovendien is slechts “zo nodig” een beroep op de Wob gedaan.

De conclusie is dus dat deze verzoeken niet vallen onder het bereik van de Wob. 

Gepubliceerd op 20 juni 2014.