WOB: Raad van Toezicht Orde van Advocaten hoeft notulen niet openbaar te maken.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de afdeling) heeft in een uitspraak van 2 september 2015 beslist dat de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (De Orde) geen notulen van vergaderingen hoeft openbaar te maken.

In de uitspraak (klik hier) kwam het volgende aan de orde. Op 11 april 2012 verzocht iemand aan De Orde om inzage in de  notulen van vergaderingen en besluiten van de Orde van Advocaten van 1997 tot 2007. Dit verzoek is bij besluit van 1 mei 2012 afgewezen, het verzoek is beschouwd als wob-verzoek. Aan die afwijzing is onder meer ten grondslag gelegd dat het verzoek niet ziet op een bestuurlijke aangelegenheid. Hiertegen is geen bezwaar gemaakt.

Bij brief van 3 januari 2014 is vervolgens op basis van  artikel 3 van de WOB de Raad verzocht om afschriften van de notulen van alle maandelijkse vergaderingen die in de jaren 1997 tot en met 2008 hebben plaatsgevonden, voor zover de inhoud van deze notulen aan verzoeker refereert. Bij besluit van 28 januari 2014 heeft de Raad dit verzoek met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen. Bij besluit van 25 juli 2014 heeft de Raad de afwijzing van het verzoek gehandhaafd.

“Uit de jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak van 6 maart 2008 in zaak nr. 200706839/1) vloeit voort dat, indien een bestuursorgaan na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking neemt, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst, als ware het een eerste afwijzing. Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor besluiten genomen naar aanleiding van een nieuwe aanvraag, maar ook voor besluiten op een verzoek om terug te komen van een al dan niet op aanvraag genomen besluit (uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2005 in zaak nr. 200406320/1). Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kan de bestuursrechter dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen toetsen.”

Omdat eerder een verzoek werd gedaan dat als wob-verzoek moet worden gekwalificeerd waartegen geen bezwaar is gemaakt, is een tweede wob-verzoek, tenzij sprake is van nieuw feiten of omstandigheden, niet (meer) mogelijk. Zie artikel 4:6 AWB.

Omdat in deze zaak geen nieuwe feiten of omstandigheden konden worden aangenomen, werd dus het verzoek afgewezen.

Hoe zou dit verlopen als een ander het verzoek alsnog indient? Of hoe zou het zijn afgelopen als tegen de eerste afwijzing wel bezwaar zou zijn ingesteld?  Zijn de notulen geen bestuurlijke aangelegenheid? Ik zou denken van wel. Uit de uitspraak van 30 juni 2004, van de afdeling volgt dat de Deken in ieder geval beschouwd moet worden als een bestuursorgaan. De afdeling overweegt namelijk:

2.5. De orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam is een orde van advocaten als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Advocatenwet. Deze orde is, in navolging van hetgeen in het eerste lid van dit artikel ten aanzien van de Nederlandse orde van advocaten is gesteld, een publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet. Voor de vraag of de deken van de orde van advocaten in het arrondissement kan worden beschouwd als een orgaan van die orde, is, zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 19 maart 2003 in zaak no. 200105178/1 (AB 2003, 301), de aanwezigheid van een publiekrechtelijke grondslag bepalend. Nu de functie van deken van de orde van advocaten in het arrondissement haar grondslag vindt in artikel 22, eerste lid, van de Advocatenwet, is de deken een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.

Als de deken een bestuursorgaan is, dan zijn de notulen naar mijn mening opvraagbaar op basis van de WOB. Immers, onder bestuurlijke aangelegenheid moet worden verstaan een aangelegenheid die betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering daarvan. Zie artikel 1 sub b van de WOB. Dit artikel dient niet beperkt te worden uitgelegd.

Theo Verhoeven

advocaat